Verplichte aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds
Januari 2025
Is een pannenkoek een ‘koek’?
‘Bemiddelt’ Booking.com bij het tot stand komen van overeenkomsten op het gebied van reizen?
Houdt Domino’s Pizza zich bezig met ‘detailhandel’?
(zie voor de antwoorden helemaal onderaan dit blog)
Het komt regelmatig voor dat een werkgever, als donderslag bij heldere hemel, een ‘welkomstbrief’ van een bedrijfstakpensioenfonds krijgt, met de mededeling dat de werkgever verplicht is om aan te sluiten bij het fonds. En ook achterstallige pensioenpremies moet betalen.
In dit blog schets ik op hoofdlijnen de regels die gelden voor verplichte aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds.
Gevolgen verplichte aansluiting
Een werknemer kan wettelijk verplicht zijn om deel te nemen in de pensioenregeling van een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds. De werkgever van die werknemer is dan in het verlengde daarvan, verplicht om bij het fonds aan te sluiten en premie aan het fonds af te dragen. Als de werknemer ook in de voorliggende periode al verplicht was om deel te nemen, moet de werkgever met terugwerkende kracht aansluiten. Dat geldt óók als de werknemer al pensioen opbouwt in de eigen pensioenregeling van de werkgever. De werknemer bouwt in die situatie in beginsel dubbel – en daardoor mogelijk fiscaal bovenmatig – pensioen op.
Over de periode van aansluiting zal de werkgever pensioenpremie moeten afdragen aan het fonds. Dat kan flink in de papieren lopen en zomaar het faillissement van de werkgever betekenen. Fondsen vorderen premie vaak met vijf jaar terugwerkende kracht, maar zij kunnen verder teruggaan. De fondsen hebben speciale incassobevoegdheden om premie te innen, zonder dat tussenkomst van de rechter nodig is. Bij ontvangst van een zogenaamde ‘ambtshalve premienota’, is het voor de werkgever zaak om onmiddellijk in actie te komen.
Voor bestuurders geldt dat zij hoofdelijk aansprakelijk kunnen zijn voor niet afgedragen pensioenpremies.
Wanneer verplichte aansluiting?
De vraag of een werkgever verplicht is tot aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds, moet worden beantwoord aan de hand van de feitelijke werkzaamheden bij de werkgever in combinatie met de werkingssfeer (de reikwijdte) van het fonds.
De werkingssferen van alle verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen zijn vastgelegd in zogenaamde verplichtstellingen (ministeriële besluiten). In Nederland gelden momenteel 39 verschillende verplichtstellingen voor evenzoveel verschillende bedrijfstakpensioenfondsen. De verplichtstellingen, met daarin de tekst van de werkingssferen, zijn te vinden op deze website onder het tabje ‘bedrijfstakken’. Daar is per fonds ook heel globaal weergegeven wat de werkingssfeer is. Let op: de naam van het fonds dekt niet altijd de lading.
De werkingssferen van de verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen, die worden opgesteld door de sociale partners in de betreffende bedrijfstak, blinken zeker niet allemaal uit in duidelijkheid. Integendeel, het komt met grote regelmaat voor dat op basis van een verplichtstelling niet duidelijk is of een werkgever verplicht is tot aansluiting. De werkingssfeer moet dan worden uitgelegd aan de hand van de zogenaamde cao-norm, ontwikkeld door de Hoge Raad. Voer voor liefhebbers van begrijpend lezen met een gokelement. (Te) kort door de bocht houdt de cao-norm in, dat aan een bepaling uit een verplichtstelling een uitleg naar objectieve maatstaven moet worden gegeven, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de verplichtstelling, van doorslaggevende betekenis zijn. Helaas leidt toepassing van de cao-norm regelmatig ook niet tot een duidelijk antwoord. Alleen de rechter kan dan het verlossende antwoord geven.
Bij twijfel zal een fonds zich op het standpunt stellen dat de werkgever verplicht is om aan te sluiten bij het fonds. Voor de werkgever zit er vaak niets anders op dan ófwel mee te gaan in het standpunt van het fonds met alle gevolgen van dien, ófwel de kwestie aan de rechter voor te leggen, soms tot aan de Hoge Raad. Want het is aan de rechter – niet aan het bedrijfstakpensioenfonds zelf – om het definitieve antwoord te geven op de vraag of een werkgever verplicht is tot aansluiting.
Overlap van verplichtstellingen
Hoewel het in theorie niet zou moeten kunnen, komt het regelmatig voor dat een werkgever onder de werkingssfeer van meerdere bedrijfstakpensioenfondsen valt, doordat de verplichtstellingen overlappen. In die situatie is de werkgever in beginsel verplicht aan meerdere fondsen premie af te dragen en bouwt de werknemer dubbel, mogelijk fiscaal bovenmatig, pensioen op. Het is dan maar te hopen dat in overleg met de betrokken fondsen een passende oplossing te vinden is.
Vrijstelling van verplichte deelneming
Een werkgever kan voor zijn werknemers vrijstelling vragen van verplichte deelneming in een fonds. Dat kan ook met terugwerkende kracht. In regelgeving is vastgelegd in welke situaties een fonds vrijstelling moet verlenen en in welke situaties een fonds vrijstelling mag verlenen. En welke voorwaarden een fonds aan een verplichtstelling mag dan wel moet verbinden. Een voorbeeld van een voorwaarde die het fonds vaak aan een vrijstelling moet verbinden, is de voorwaarde dat de werkgever gedurende de periode van vrijstelling een eigen pensioenregeling heeft die actuarieel en financieel gelijkwaardig is aan de pensioenregeling van het fonds.
De positie van het fonds
Als gezegd zal een fonds zich bij twijfel op het standpunt stellen dat een werkgever verplicht is om aan te sluiten. De reden daarvoor is dat indien een werknemer onder de werkingssfeer van het fonds valt, een werknemer pensioenaanspraken heeft jegens het fonds, ongeacht het antwoord op de vraag of de werkgever premie voor de werknemer aan het fonds heeft afgedragen. Als een fonds bij twijfel werknemers zou laten lopen, loopt het fonds het risico dat die werknemers zich later in een juridische procedure met succes op het standpunt zullen stellen, dat ze wel onder de werkingssfeer van het fonds vallen en daarom recht hebben op pensioen. Het fonds moet dan maar zien of het de pensioenpremies of de schade dan nog bij de werkgever kan innen. Als dat niet lukt, is de schade voor het fonds en daarmee feitelijk voor de (gewezen) deelnemers in het fonds.
Tot slot
De antwoorden op de quizvragen aan het begin van dit blog zal ik jullie niet onthouden:
– Nee, een pannenkoek is geen ‘koek’ (Gerechtshof Den Haag 20 april 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:832);
– Ja, Booking.com ‘bemiddelt’ bij het tot stand komen van overeenkomsten op het gebied van reizen (Hoge Raad 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:527);
– Ja, Domino’s Pizza houdt zich bezig met ‘detailhandel’ (Hoge Raad 25 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1732).